Zoek me in de zandbak

dus nog een keer:
als je me zoekt
ben ik in de zandbak,
taarten aan het bouwen.

kijk: ik sliep dan wel niet goed vannacht
en ja, mijn schouder deed pijn,
dus voor de verandering nog een keer:

Water en wat zand en ik zwem in modderbaden.
De mic spit spat woorden als waterdruppels

ik ben even weg, briefje op de deur,
niet dat ik ooit nog terug ga komen

Hou de spullen die ik je gaf en achter liet.
Alleen nog van het leuke soort,

De knikkers die hou ik,
Die is ze voor eeuwig kwijt.
Als ik ooit terug kom ga ik die aan haar geven,
zodat ze kan beleven wat het is om kind te spelen.

Het is niet de eerste week meer,
ook niet de tweede
ik geloof dat er al een maand voorbij is.
Het is inmiddels al weer lente in mijn hoofd. In de ochtend ruik ik de frisheid van een net geboren dag.
In de avond wil ik eigenlijk niet gaan slapen, omdat ik hou van het licht op mijn balkon.

Mijn bloed is van pure regenbooglimonade.
Sinds kort is er een verassing in geslopen. Playdough bleef steken aan de wanden.
Mintballetjes met van binnen een sterke smaak die stress spelen. O en ik heb ze kapot gebeten hoor.

Zo van jaaaaaaa dat is een frisse smaak. Dat was dus niet, want het werd grijs.
Asgrijs. Overal zwommen er bolletjes die op knappen stonden en dan niet met feestconfetti.
Vierkante blokjes sprongen uit de bommen. Baricadeerden de deur naar relaxed vrolijk in passie spelen.

Elke uur keer ik op de Winnie de Poeh wekker. Hij tikte van het oor naar de staart van tigger. Dan sliep ik even en zei in mezelf: Ik accepteer, Ik ben heel. Ik laat het stromen. Ik sprak met mezelf en zei: Alles is goed.
En dan loste er wat op. En dan als ik vergat te vertellen hoe mooi ik ben, groeide de kollonne aan blokken.

3 uur in de nacht: Winnie de Poeh. Want ik had een les te geven de dag erop. Heel vroeg en ik dacht: misschien wordt ik niet wakker. Dan staan die kinderen daar en hebben niets leuks te spelen. ik dacht aan alle spelletjes die ik met ze kon doen, aan wat als. En de blokken vochten met confetti. Het was raar.

Ik wist dat het geen zin had te denken, nog meer te bedenken, nog beter voor te bereiden. Het had geen zin. Ik wist: nu laat ik los, nu zal ik zien.

Toen bij het busstation was de bus veel te laat. Ik lachte heel hard, want het was een grap. Aangelopen zag ik ze allemaal in de zandbak zitten. Met zeven en schepjes en ze riepen: Hiep hoi en vertelden over vakanties en over dromen. Toen wist ik dat het goed was.

Dat winnie: slaap zacht vertelde.